Object van de Maand

Tomatendraadoproller

Deze staande draadoproller werd gebruikt om ijzerdraad op te winden die in de tomatenteelt gebruikt werd. De teelt van vollegrondtomaten kwam in de streek rond Mechelen op samen met de broeikas op het einde van de 19de eeuw. Tot in het begin van de jaren '70 kende deze teelt veel succes maar ze werd op twee jaar tijd verdrongen door de opkomende glasteelt van tomaten. Daarnaast zorgde de nieuwe virusziekte, nl. de zwarte strepenziekte, ervoor dat de tuinders op zeer korte tijd de vollegrondtomatenteelt voor bekeken hielden. Samen met het verdwijnen van deze teelt verdwenen de tomatendraadoprollers van het toneel.

Tomatendraad oproller

De tomaten steunden tijdens de groei tegen deze ijzerdraad die aan tomatenpalen bevestigd werden. De ijzerdraad werd met krammetjes of spijkers in de paal geslagen. Deze draad diende dus elk jaar opnieuw gespannen te worden. De draad werd dan van de cilinder gehaald en opgeborgen.

Voor deze klus bestonden er twee systemen: de liggende draadoproller en de staande draadoproller. De staande draadoproller bestaat uit een houten cilinder op een ijzeren as. Deze as is tevens de puntige steunpaal die in de grond wordt geslagen. Een horizontaal houten kruis belet dat de ijzeren pin te diep in de grond zakt. De cilinder heeft de vorm van een ton die naar boven toe versmalt. Hij werd gemaakt door twee ronde schijven die met latten verbonden werden.

Dit staande type kwam niet veel voor en werd meestal door de tuinder zelf gemaakt. Dit voorwerp werd aan de heemkring Erf en Heem geschonken door een locale tuinder begin de jaren '90. Het kreeg een plaatsje in de vaste opstelling van het Groentemuseum omdat het zo'n uniek object is.